Skip to Content
Een koloniaal verleden in hartje Brussel

Een koloniaal verleden in hartje Brussel

Vlak naast het Congreskolom, in hartje Brussel vind je het Leverhouse. Aan je rechterzijde met het prachtige uitzicht op het oude stadsgedeelte. Langs buiten, jammer genoeg, een zoveelste gebouw in onze hoofdstad waar de verf vanaf bladdert door het gure Belgische weer.
Wat je niet ziet vanaf de buitenkant , is de rijke geschiedenis die dit gebouw vertegenwoordigt, letterlijk en figuurlijk. Met sterke verwijzingen naar het koloniaal verleden is het Leverhouse onmiskenbaar essentieel Brussels erfgoed. Daarom heeft het Brussels Gewest op initiatief van Pascal Smet, staatssecretaris bevoegd voor Erfgoed en Stedenbouw, het interieur van dit gebouw beschermd.

Geschiedenis

Het huidige Leverhouse werd oorspronkelijk als hotel gebouwd midden 19e eeuw van de hand van architect Jean-Pierre Cluysenaar (ook bekend van de Sint-Hubertusgalerijen in Brussel). In 1919 vestigde Banque Transatlantique Belgium zich in het majestueuze gebouw. Twee jaar later was het aan de Britse broers, William en James Lever, om in te trekken in het voormalige hotel en dit tot 1950.

De Belgische staat had de broers Lever een concessie gegeven om de palmoliebossen te exploiteren in de voormalige Belgische kolonie Congo. Zij waren de enige buitenlanders die dit mochten. Over heel Congo hadden zij duizenden werknemers in dienst in hun verschillende vestigingen. Op zijn zachtst gezegd werden deze arbeiders niet bepaald goed behandeld. Er zijn gevallen van verkrachting, moord en ontheemding gedocumenteerd. Het bedrijf van Lever, Lever Brothers, maakt nu deel uit van de multinational Unilever (ook bekend van merken zoals Dove, Zwitsal en Signal). Tijdens die periode was Lever Brothers een van de weinige bedrijven die zeep maakte uit plantaardige palmolie en zo er in slaagde een fortuin te verzamelen.

Koloniaal interieur

De inkomhal van het Leverhouse is volledig uit marmer, naar het voorbeeld van het Africamuseum in Tervuren (vroeger bekend als een koloniaal museum). Aan weerszijden van de hal zijn de twee grote bronzen beelden van Congolezen getuige van de koloniale visie van die tijd. Ze verbeelden de penibele omstandigheden waarin de Congolese bevolking werd uitgebuit door oliemaatschappijen als de firma Lever Brothers. Wat ook opvalt,  zijn de ruimtes die in het Leverhouse dienden als bioscoop en museum. Het gebouw was toen eerder een vitrine om de bloeiende commerciële activiteiten tentoon te stellen en de propaganda voor de koloniale gedachte over te brengen.

Sinds de jaren 70 volgen studenten van het ISIB, Institut Supérieur Industriel de Bruxelles, les in het Leverhouse. De ruimte is ter beschikking gesteld door de huidige eigenaar, Fédération Wallonie-Bruxelles. In 2024 verhuist de school naar een nieuwe locatie.

Wat nu?

Staatssecretaris Pascal Smet ziet in het gebouw een gedroomde locatie voor een museum van de dekolonisatie. Een plek waar meerdere erfgoedstukken met een koloniaal verleden tentoongesteld kunnen worden. De dekolonisatie van de geest is even belangrijk als die van ons erfgoed. Brusselaars zijn omringd door deze geschiedenis en zouden de kans moeten krijgen om te leren over de herkomst van deze pracht en praal. Door het te beschermen zijn we zeker dat ook in de toekomst dit verleden bekend zal zijn bij de bezoekers.

Contacteer ons
Over one.brussels