Skip to Content
one.brussels wil inclusieve neutraliteit in openbare functies

one.brussels wil inclusieve neutraliteit in openbare functies

one.brussels wil dat de Brusselse openbaar vervoersmaatschappij, MIVB, komaf maakt met de exclusieve neutraliteit die nu gehanteerd wordt en eist een inclusieve neutraliteit. Dit wil zeggen dat de werknemer vrij is om religieuze symbolen te dragen, maar tegelijk garandeert dat de service die wordt verleend volledig neutraal is. Het bestuurscomité kwam hierover samen, maar heeft nog geen beslissing genomen. Dit ligt er op tafel: het al dan niet verbieden van zichtbare religieuze tekens op de werkvloer en al dan niet in beroep tegen de beslissing van de rechter een paar weken geleden.

Op 3 mei 2021 heeft het Arbeidshof van Brussel heeft  MIVB veroordeeld wegens discriminatie op grond van geloofsovertuiging en geslacht. De rechter heeft toen beslist dat MIVB haar beleid niet meer mag baseren op exclusieve neutraliteit.  Dit vonnis kwam er na een juridische klacht van een vrouw die tot twee keer toe werd geweigerd tijdens de aanwervingsprocedure. Haar demarche werd mede ondersteund door Unia en de Liga voor de Rechten van de Mens.

Bestuurslid, Saliha Raiss, is niet te spreken over het uitblijven van een keuze bij MIVB.

“Deze situatie is zeer verontrustend, maar helaas niet nieuw. Ik vraag me af hoeveel vrouwen met een religieus symbool een baan geweigerd hebben gekregen op basis van dit fameuze beleid van exclusieve neutraliteit, dat, laten we dat niet vergeten, nergens in het arbeidsreglement van de MIVB wordt vermeld! Laten we eerlijk zijn, vandaag is dit een politiek debat en dit zal de komende dagen wellicht nog gaande zijn. Eén ding is zeker, het politieke debat zal achter de rug moeten zijn om een politieke keuze in steen te kunnen gieten. Binnen one.brussels-Vooruit is de boodschap zeer duidelijk: inclusieve neutraliteit moet de norm worden en niet de uitzondering binnen de overheidsdiensten.”

Politieke onderhandelingen

De beslissing, die door de directie had moeten worden genomen, kwam terecht in handen van het directiecomité, dat gedeeltelijk bestaat uit het bestuurscomité met politieke vertegenwoordigers. Dit is ook een manier voor de directie om de steun van haar directiecomité te krijgen, gezien het belang van de kwestie en de mogelijke gevolgen ervan.

Ook Brussels Parlementslid Fouad Ahidar heeft genoeg van de politieke spelletjes over deze kwestie die al jaren gaande zijn volgens hem. Midden mei heeft hij de bevoegde minister, Elke Van den Brandt, geïnterpelleerd over het incident en het mogelijks aantekenen van beroep van de MIVB tegen de beslissing van het Arbeidshof.

“Ik vraag dat de politieke vertegenwoordigers hun verantwoordelijkheid nemen, aangezien het duidelijk een politieke beslissing zal zijn. Het is onze plicht als politieke vertegenwoordigers om het dagelijkse leven van onze medeburgers in Brussel te vergemakkelijken. Het is ook onze plicht om hun grondrechten te waarborgen en te beschermen.”

Ten slotte is het voor one.brussels-vooruit onverantwoord van een publieke instelling om in beroep te gaan tegen een juridische beslissing. Volgens hen is de Brusselaar en hun portemonnee de dupe van zulke koppigheid.  

Over one.brussels