Nog altijd geen cohousing-label in Brussel

Steeds meer Brusselaars delen hun woning

Cohousing is vandaag in een stad als Brussel, meer dan ooit, een woonvorm die steeds gebruikelijker is. Het aantal woningen dat in cohousing wordt verhuurd in Brussel bedraagt volgens de laatste cijfers van het Observatiecentrum van de Huurprijzen 11% in 2018, tegenover slechts 5% in 2012. Denk aan studenten, young professionals en jonge gezinnen, voor wie deze manier van wonen goedkope, onafhankelijke woongelegenheid biedt waar ze anders geen toegang to zouden hebben. Met snel stijgende huurprijzen is een zelfstandige woonruimte niet voor iedereen meer bereikbaar.

Toch wordt er vanuit het OCMW en de RVA geen rekening gehouden met deze realiteit en worden deze mensen, onterecht, als samenwonende beschouwd. Daarom werd tijdens de vorige legislatuur een onderzoek afgedwongen naar deze altenatieve woonvormen en dringen we er vandaag bij de Brusselse regering op aan om deze alternatieve woonvorm officieel te erkennen. 

Medehuurders en cohousers krijgen vaak lagere uitkeringen bij OCMW en RVA omdat ze als samenwonend worden beschouwd. Indien er aanwijzingen zijn van cohousing, dwingen sommige OCMW's het statuut van samenwonende af, waardoor de betrokkene een lager leefloon krijgt. Andere OCMW’s zijn flexibeler en kennen sneller een statuut van alleenstaande toe. 

Fouad Ahidar: 'We weten allemaal dat het voor jonge gezinnen of alleenstaanden bijzonder moeilijk is om een betaalbare woning te vinden in het Brussels Gewest. Toch is het belangrijk dat het gewest deze groep in de stad kan houden. Door bestaande initiatieven verder uit te breiden en door individualisering van de sociale rechten te garanderen, kan cohousing voor heel wat gezinnen een reden zijn om in Brussel te blijven wonen.'

Gedurende de vorige legislatuur werd er gewerkt aan de bewustmaking van bepaalde overheidsdiensten zodat ze het fenomeen cohousing beter begrijpen en er beter op inspelen. In 2016 kreeg Huisvesting Brussel de opdracht om een haalbaarheidsstudie uit te voeren op een label voor cohousing. Op basis van dit onderzoek, uitgevoerd door adviesbureau KPMG, werd geconcludeerd dat een cohousing-label niet haalbaar zou zijn, vanwege de verschillende samenleef-vormen die daaronder zouden vallen. Reden voor een interpellatie van Fouad Ahidar aan het adres van staatssecretaris Nawal Ben Hamou in de commissie huisvesting van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. 

 'Dat er volgens de Staatssecretaris niets te doen valt, omdat cohousing nu eenmaal divers van aard is en daardoor moeilijk te definiëren, is te gemakkelijk. Veel en een stijgend aantal Brusselaars worden geconfronteerd met een onzekerheid ten aanzien van hun sociale rechten. Mocht je onverhoopt een beroep moeten doen op een uitkering, dan mag je woonvorm geen discriminerende impact hebben. Als je geen huishouden vormt met jouw huisgenoten, is er geen reden om gekort te worden op je uitkering vanwege cohousing.'  aldus Fouad Ahidar.

Als one.brussels-sp.a doen we een beroep op de staatssecretaris om het dossier van cohousing serieus te nemen en te zoeken naar oplossingen. Een cohousing-label zou daarbij wel één van die opossingen kunnen zijn. 

 

Over one.brussels